Bootjes

Column

Carla (86) is met stip de oudste deelnemer bij Scauting. De jongere deelnemers schijnen aan haar lippen te hangen als ze vertelt over wat ze in haar lange leven allemaal heeft meegemaakt. Dat wil zeggen, als ze aanwezig is. Want ze moeten haar op de locatie al een hele tijd missen. Vanwege Corona en haar hoge leeftijd durft ze het al meer dan een jaar niet aan om te gaan.  
Als ik haar bel en vraag of we misschien een keer kunnen praten, zegt ze: “Kun je vanmiddag niet? Vind ik wel gezellig. Ik krijg weinig bezoek.”
Bij haar thuis kijk ik mijn ogen uit. Werkelijk overal staan boten. Zelfs in de gang. In de kamer staat een verlichte vitrinekast propvol scheepsmodellen. Op een plank aan de muur zie ik een prachtige houten raderboot staan. Carla laat me haar werkplaats zien. Een klein kamertje, tot de nok toe gevuld met spullen. Allemaal bouwbenodigdheden. Maar ze vertelt dat ze momenteel niet aan bouwen toe komt: “Ik ben er te moe voor.”
In de huiskamer staat een grote vogelkooi met daarin zes kleurige, druk kwetterende Agapornissen (dwergpapegaaien). De gordijnen zijn dicht. Ik krijg koffie en appelgebak met slagroom.  
Carla: “Mijn opa was mijn grote vriend. Hij kon heel mooi vertellen. Hij gaf mij ook mijn eerste bouwplaat, eentje van het stoomschip De Oranje. Ik was denk ik een jaar of acht, negen, eigenlijk nog wat te jong om hem te kunnen maken.” Ze loopt naar de gang en komt terug met in haar handen een indrukwekkende boot. Ze kijkt vol aandacht en van heel dichtbij naar alles wat er te zien is. “Kijk, daar bovenop is een zwembad. Het was een passagiersschip. De Oranje voer op Nederlands-Indië toen het net gebouwd was.“ vertelt ze. Ze weet er alles van. Ik mag De Oranje ook even vasthouden. Het ding is verbazend licht.
“Ik kom steeds minder buiten” vertelt ze. “Het is een heel kleine wereld geworden. Er is iemand die me helpt met de huishouding en iemand die me helpt met mijn administratie. Afgelopen zomer kwam Bram van Scauting hier geregeld. Verder zie ik niemand. Ik zou graag weer naar de locatie gaan. Het voelt daar als thuiskomen voor mij. Wat ook fijn is, ik kan daar veel grotere boten bouwen dan hier thuis. Ach, wie weet.”
Ik vraag haar wat voor meisje ze was. Ze lacht en zegt: “Ik was een jongetje.” Ze vertelt hoe ze als jongen geboren is en zich altijd al meisje voelde. Stiekem verkleden deed ze van jongs af aan. Pas toen ze dik in de veertig was trad ze met een nieuwe naam als vrouw naar buiten.
“Wat voor jongetje ik was? Nieuwsgierig en altijd bezig. Een toppertje met leren en sociaal helemaal niks. Dat is nog steeds zo. Ik ben altijd veel gepest. Volgens mij omdat zij niet konden leren en ik wel. Ze wilden altijd wel bij mij afkijken.” Ik vraag of ze dat dan goed vond. “Ja natuurlijk.“, zegt ze. 
Ze vertelt over haar jeugd, thuis was het niet fijn. Ze voelde zich vaak erg eenzaam. Ze vertelt over school en over de vele banen die ze gehad heeft: “Ik heb Mulo B gedaan, ik was de nummer 1 van de school. Verkeerd advies vanuit school, ik had natuurlijk VWO moeten doen. Heb ik later geprobeerd alsnog te halen, maar door omstandigheden niet afgemaakt.”
Geïnspireerd door opa voltooide ze als jongeman een opleiding tot matroos, maar paste helemaal niet binnen die ruige mannencultuur. Dan maar aan de wal. Eerst bij Radio Holland, daar kon je marconist worden. Later was er de kweekschool, maar voor de klas staan was geen succes. Soms had ze voor een baan niet eens de benodigde diploma’s, maar werd ze toch aangenomen. Carla legt uit: “Als ik ergens in geïnteresseerd ben, dan verdiep ik me daar helemaal in en word er vaak ook heel goed in.” Zo wilde ze graag analist worden: “Ik kocht een microscoop en wist er al snel alles van. Ik had een goed gesprek met de hoogleraar en werd aangenomen. Ik heb hier nog steeds drie microscopen in de kast staan. Een beetje ziek is dat.” 
Ziek? Ik vraag wat ze daarmee bedoelt. 
Carla: “Ja, dat is dat autisme. Helemaal gefascineerd zijn door iets. Geobsedeerd. Helemaal doorslaan. Het mooie daaraan is dat ik binnen een mum van tijd alles van iets af weet. Het nadeel is dat ik me vaak in de schulden werkte. Het is fijn dat ik nu mijn financiën uit handen heb kunnen geven. Mijn fascinaties kunnen overigens ook zo maar, boem, weer voorbij zijn. Er hoeft maar iets te gebeuren.” 
Ik vraag haar wanneer ze op haar best is. Ze zegt zonder aarzelen: “Als ik een bootje aan het bouwen ben. Dan ben ik er niet. Dat is de ideale toestand voor mij. ” Ik vraag haar waar ze dan is. Ze kijkt ernstig en zegt: “Bij mezelf.”
Waar gaat het haar om bij het bouwen? 
Carla: “Het gaat mij vooral om de constructie. Die moet stevig en solide zijn en bestand tegen de tijd. Het moet ook helemaal kloppen. Op internet is gelukkig alles te vinden. Ze pakt een schitterend model van een vliegdekschip. Ze kijkt er dromerig naar. Ze wijst op een piepklein vliegtuigje op het dek: “Kijk, dat is een Stuka. Die heb ik nog wel zien vliegen.” Met voorzichtige vingers beweegt ze de loop van een kanon op en neer. Ze laat me zien dat het hele kanon ook kan draaien. “Zit een mechaniekje in.”, zegt ze zacht. “De boten zijn nooit helemaal klaar. De ideale toestand is onbereikbaar. Ik kan er altijd nog wel iets aan verbeteren.”
Ik begrijp inmiddels helemaal dat de boys bij Scauting graag naar haar verhalen luisteren.
Wat een boeiende vrouw is dit. Over haar valt wel een boek te schrijven.
“Goed idee”, zegt ze. “Wanneer kom je weer?” 

 

Lees verder

Push Up!

Column

Op de Scauting locatie in Tjalleberd wordt tegenwoordig gesport, en niet zo’n beetje ook. Ik mag komen kijken. 
In de gymzaal zijn Silvan (37) en Gerben (40) alvast een potje aan het tafeltennissen. Achterop het shirt van Gerben staat Lange Jan, hij doet die naam eer aan. Hij staat lekker ontspannen te spelen. Silvan slaat de balletjes snoeihard en met effect over de tafel. Hij barst van de energie, het straalt aan alle kanten van hem af. Hij wijst op zijn sportieve lijf en vertelt me dat hij er zo uitziet sinds hij is gestopt met roken: “Sporten en bewegen, dat is mijn nieuwe verslaving.”  
Yvar (28) staat naar ze te kijken, hij heeft zijn sportkleding al aan. Ik sprak hem eerder. Hij vertelde me dat de sportlessen voor hem als geroepen kwamen: “Ik ben mezelf in de afgelopen jaren erg voorbij gelopen. Bij Scauting kom ik weer een beetje tot mezelf. Ik heb last van onrust, daarom rook ik volgens mij ook zoveel. Ik was een tijdje gestopt, maar toen werd ik nog veel onrustiger, daarom was ik maar weer begonnen.”
Hij is van plan om binnenkort echt te gaan stoppen. Hij merkt hoe fysieke inspanning zijn hoofd rustig maakt en hoe prettig hij dat vindt: “Het is lekker om de endorfine door je lijf te laten razen! Ik weet me soms geen raad met mijn onrust, ik kan daar heel prikkelbaar van worden. Ik heb samen met mijn begeleider Paul een signaleringsplan gemaakt om er beter mee om te leren gaan. Als het niet goed gaat kan ik nu aangeven dat ik in het rood sta. Maar na het sporten merk ik dat ik helemaal in het groen sta.” Hij voegt daaraan toe: “Doseren is nog wel even een dingetje bij mij. Na de eerste keer was ik helemaal kapot. Mijn handen tintelden en ik had een waas voor de ogen.”
Sportdocent Lysanne en stagiaire Sanne zijn gearriveerd en het clubje van 6 sporters is er helemaal klaar voor. De lucht ziet er dreigend uit, maar Buienalarm geeft nog even respijt, dus ze gaan naar buiten. 
Ze beginnen met een fikse warming up. Rennen op de plek, knieën hoog, hakken naar de bil, Jumping Jack’s, squads, rekken, strekken, draaien. Zweetdruppels verschijnen, gehijg neemt toe.
Sanne haalt de frisbees. Ze gaan er in drietallen mee aan de gang. Steeds werpt iemand de frisbee naar de speler aan de overkant en loopt dan zelf ook die kant op. Energieke Silvan vraagt of het misschien de bedoeling is om de frisbee onderweg in te halen. (Volgens mij zou hij met gemak het werpen én het vangen in zijn eentje kunnen doen.) 
Iedereen doet enthousiast mee. Het gaat ook steeds beter. Malle grappen vliegen ondertussen ook over en weer. Vooral Yvar en Silvan kunnen er wat van. Zo verstopt Silvan een extra frisbee onder zijn shirt en haalt die tevoorschijn als hij er eentje mist. Hebbes! 
Een zevende sporter heeft zich bij het groepje  aangesloten. Een andere deelnemer komt bedeesd naar buiten. Hij kijkt de kat uit de boom. Die is volgende keer vast ook van de partij. Zwaan Kleef Aan in Tjalleberd. 
Het begint te regenen. Binnen in de zaal wordt een circuit uitgezet, zeven stations waar steeds veertig seconden lang een bepaalde oefening gedaan moet worden. Buik, rug, armen en benen, hart en longen, alles komt aan bod. Sanne vertelt wat de bedoeling is. Ze wijst naar de mat waar push-ups gedaan moeten worden. “Poes Up!”, grapt Silvan. Hij duwt zich op en zegt: “Miauw!”  
Er wordt een muziekje opgezet en dan gaan ze los. De inzet van iedereen is werkelijk fenomenaal! De sfeer is ontspannen en vrolijk. Niemand hoeft zich hier beter voor te doen dan hij is, iedereen sport naar eigen uiterste vermogen. Je kunt push-ups gelukkig ook doen terwijl je op je knieën steunt. En het hoeven er echt niet heel veel te zijn. Maar dat mag natuurlijk wel. Leon (25) breekt het dagrecord op dit onderdeel. Ik tel bij hem maar liefst 32 push-ups in 40 seconden. Hij vertrouwt me toe dat hij bijna elke dag naar de sportschool gaat. Het is hem aan te zien. 
Sanne vraagt achteraf of ze misschien nog tips voor haar hebben. Yvar zegt dat het heel leuk was. Ze zou volgens hem wel iets duidelijker de aandacht mogen vragen voordat ze instructie geeft. Goeie tip, zegt ze. Als ik haar later vraag wat ze van het advies vond, zegt ze dat ze zich soms misschien nog wat te bescheiden opstelt omdat ze deze volwassen, slimme gasten niet te kinderachtig wil aanspreken. Maar ze leert nu dat ze gewoon duidelijk moet zijn in wat de bedoeling is. 
Bij Yvar is van tintelende handen en een waas voor de ogen dit keer zo te merken geen sprake. Hij deed vrolijk en vitaal mee tot het einde. Oefening baart blijkbaar kunst én conditie.
Tjalleberd is de eerste Scauting locatie waar sport wordt aangeboden. Dit gaat navolging krijgen. Ik weet het zeker.  

Hanneke Kappen

Lees verder

Jelle en Lucy

Column

Jelle (51) woont met zijn gezin in een dorp in Friesland. Zijn vrouw Lucy werkt in het UMCG. Ze komt uit Mexico. Ruim twintig jaar geleden kwam ze voor Jelle naar Nederland. Ze hebben drie kinderen, twee jongens en een meisje. Zes jaar geleden kreeg Jelle de diagnose ASS. 
Hij gaat vier ochtenden in de week naar de Scauting locatie in Hurdegaryp. De rest van de week is hij vrij en vangt hij thuis de kinderen op. Hij maakt bij Scauting prachtige olieverfschilderijen. Sinds kort geeft hij tekenles aan een mededeelnemer. Dat bevalt zo goed dat daar vast interessante nieuwe dingen uit voort gaan komen. 
Jelle nodigt me uit om thuis langs te komen. Lucy is er ook. Een levendige vrouw met zwart kort haar en een heerlijk Zuid-Amerikaans accent. Op tafel staan drie door Jelle getekende portretten van de kinderen. Terwijl we met elkaar in gesprek zijn is Jelle op een stuk papier allemaal geometrische patroontjes aan het tekenen. Dat praat blijkbaar wel zo makkelijk.
Jelle is dertig als hij Lucy via ICQ (voorloper van WhatsApp) ontmoet. Ze zijn beiden op zoek naar iemand die hen kan helpen beter te worden in de Engelse taal. Ze raken aan de praat, het klikt meteen. Na vier maanden intensief online contact komt Lucy voor een korte vakantie naar Nederland. Jelle weet nog precies hoe het was toen hij haar ophaalde van Schiphol. Daar was ze. Ook in het echt vond hij haar prachtig, met haar zwarte haren. Lucy zag hem en vond hem ook meteen geweldig. Smoorverliefd waren ze. Als ze terug is in Mexico missen ze elkaar zo erg dat ze besluiten om hun leven met elkaar te gaan delen. Ze trouwen in Mexico. Daarna komt Lucy mee naar Friesland en trekt ze bij Jelle in.
Ik vraag aan Jelle hoe dat voor hem was. Jelle: “Nu ben ik getrouwd, dacht ik. Nu horen we bij elkaar. Dat was raar. In mijn eentje wonen heb ik altijd wel kunnen handelen. Maar nu was Lucy er opeens. Zij is van zichzelf heel enthousiast en druk. Allemaal prikkels waar ik maar moeilijk mee om kan gaan. Vooral geluid komt keihard bij mij binnen. Toen de kinderen kwamen werd dat nog veel erger. Het zorgt voor frictie. Als je overprikkeld raakt, word je onsympathiek. Ik denk ook vaak dat ik iets verkeerd doe, maar weet dan niet goed wat.” 
Jelle heeft veel verschillende banen gehad. Van vrachtwagenchauffeur tot callcenter medewerker (hij heeft een prachtige stem), van vuilnisman tot service engineer (zijn droombaan), van lening verstrekker op een bank tot datatypist. Hij vertelt hoeveel energie het hem altijd heeft gekost om het werk en het gezin te combineren. Steeds weer eindigt de baan in ontslag. Burn-out’s en zelfs een opname volgen. Jelle vertelt dat hij daarvan nog steeds herstellende is. Die ruimte biedt Scauting hem. Soms wilde hij dat het verdriet over alles wat niet goed ging er niet was. Van zijn coach Baukje leert hij dat ook nare gevoelens er mogen zijn.  
Jelle en Lucy hebben samen veel meegemaakt, hoogtepunten en dieptepunten.  
Lucy vertelt hoe ze op een avond Jelle helemaal wanhopig buiten ziet staan. Hij weet op dat moment niet meer hoe hij verder moet. Ze vertelt het met tranen in haar stem. De herinnering eraan raakt haar nog steeds diep. Ze houdt van hem.
Jelle: “Het allerfijnst is het als we hier thuis met zijn allen op de bank zitten en gezellig naar de TV kijken. Dan is er harmonie. Ons favoriete programma? De Slimste Mens! Dan geniet ik. Maar soms zit ik hier en is de rest in huis iets anders aan het doen. Dan tettert iedereen door elkaar heen. Ik weet dan niet waarover en raak helemaal overprikkeld. Terwijl, als we samen hetzelfde doen, dan tetter ik rustig met ze mee.” Hij vertelt dat hij van het omgekeerde, van onder-prikkeling dus, minstens zoveel last heeft. Jelle: ”Het zijn soms lange lege dagen. Vooral de weekenden vallen me zwaar. Ik zou dan kunnen gaan fitnessen, maar dan moet je naar de sportschool en dat is voor mij een enorme drempel, want daar zijn mensen. Dus ga ik niet.” 
Jelle vertelt hoe mooi hij het vindt dat hij met zijn zoons en dochter zulke diepe gesprekken kan hebben. En hoe fijn het is dat zijn dochter ook zo van schilderen en muziek houdt, en zijn zoon net als hij van modelbouw. 
Op een keer was Lucy ziek. Ze was er niet zeker van of Jelle de zorgtaak voor de kinderen wel kon overnemen. Maar dat kon hij wel. Ze vertelt trots hoe blij ze daarmee was.
We zijn geanimeerd aan het praten met zijn drieën. Het is gezellig. Lucy zit zichtbaar te genieten van hoe haar man helemaal in ons gesprek opgaat. Ik vraag aan Jelle of het ook te vermoeiend is. “Nee, juist niet!”, zegt hij.  
Ik vraag hem hoe hij naar zijn autisme kijkt. Jelle: “Aan de ene kant kunnen het onbegrip, de leegte en de vele drempels me dagelijks tot wanhoop drijven. Aan de andere kant, mijn autisme maakt me ook tot wie ik ben. Zonder dat was ik vroeger nooit op die site gegaan en had ik Lucy niet ontmoet, onze kinderen niet gekregen. Dan was ik misschien met een blonde meid uit Nederland getrouwd. Dit met Lucy is juist zo bijzonder. Ik hou wel van een beetje bijzonder. Een beetje bijzonder is leuk, toch?”

Hanneke Kappen

Lees verder

Verandering

Column

Bij Scauting in Assen is een nieuwe atelierruimte in gebruik genomen. Een hele verandering. Alleen maar tof, zou je zeggen. Maar daar denkt niet iedereen zo over.

Lees verder

Kieron

Column

Ontmoeting met Kieron (22). Hij werkt, doet ook vrijwilligerswerk, ontmoet veel mensen, gaat straks aan een interessante studie beginnen. Het gaat goed met hem. En dat wil hij graag zo houden.

Lees verder

Moeder en dochter

Column

Fien (17) kreeg de diagnose Asperger toen ze 11 was. Haar moeder Annemieke wist altijd al dat er iets met haar was. Fien werkt nu aan het vergroten van haar zelfstandigheid, terwijl Annemieke leert loslaten. Want het een kan niet zonder het ander.

Lees verder

Muziek en Overzicht

Column

Robert (26) speelt trompet in maar liefst drie orkesten. Door zijn autisme kan hij in sommige situaties het overzicht verliezen. Maar niet in de muziek! Helaas gooide Corona gooide roet in het eten. Vanaf maart vorig jaar geen orkestrepetities en optredens meer. Met voor Robert alle gevolgen van dien.

Lees verder