Bericht navigatie

Column

ASSues

Ymert (60) schrijft me: ”Het voelt op dit moment alsof ik in een soort tweede puberteit zit. Een geestelijke verpopping waarbij ik mijn positie in de wereld opnieuw aan het interpreteren ben en veel herinneringen weer een nieuw plaatsje moet geven.”
Ik kwam in contact met hem via zijn Scauting coach Annelies. Ze dacht dat hij het vast leuk zou vinden om kennis te maken. Ymert reageert inderdaad meteen positief op mijn uitnodiging. Hij stuurt me een mooie samenvatting van zijn leven: afgestudeerd als scheikundige, kort gewerkt als researcher, voor zichzelf begonnen als grafisch vormgever en fotograaf, een jaar samengewoond, voor de rest altijd alleen gewoond. 
We maken een afspraak om te beeldbellen. Ik zie op mijn scherm een man met een mooie kop en een imposante grijze baard. Ik vraag hem of hij al lang weet dat hij autisme heeft.
Ymert: “Ik weet het pas acht jaar. Een ex-vriendin van mij vond dat ik hulp moest zoeken. Volgens haar “klopte er iets niet”. Ik heb me aangemeld bij Dimence en al snel kwam toen de diagnose autisme. Ik heb een psycho-educatie traject gevolgd samen met andere ASS’ers. Daar ging een heel boek voor me open. Eindelijk kreeg ik inzicht in waarom het maar niet wilde lukken met relaties en baantjes. Opeens begonnen er dingen uit mijn jeugd ook op hun plaats te vallen. Ik begon te snappen waarin ik anders ben dan veel anderen. Ik ben dat alles nog steeds aan het verwerken.”
Hij vertelt dat hij gedurende het traject veel van zijn vader herkende. 
Ymert: “Het is voor mij overduidelijk geworden dat mijn autisme via mijn vader is overgeërfd. Hij had net als ik ook van die merkwaardige gewoonten. Ik noem dat ASSues. Als de schoonmaakster kwam moest na het stoffen van hem alles helemaal precies zo terug op zijn plek als het stond. Ik herken dat gedrag heel goed.” 
Hij vertelt over zijn eigen ASSues. Hoe hij niet tegen drukte en lawaai kan, hoe hij de schreeuwerige supermarkt het liefst vermijdt, hoe hij al zo vaak volkomen overprikkeld naar huis moest vluchten. Hoe werken in loondienst voor hem steeds weer onbegrijpelijke conflicten en misverstanden met zich mee bracht. Iets dat in zijn andere contacten ook regelmatig gebeurde. Hoe hij volgens zichzelf geen teamspeler is maar eerder een solist. Hoe hij het allerliefst alleen thuis is om te doen waar hij goed in is en waar hij door niets en niemand afgeleid kan worden.   
Hij vertelt: “Vroeger forceerde ik mezelf. Zo wilde ik perse iemand zijn die naar popconcerten gaat. Maar als ik daar dan was moest ik het op een zuipen zetten om het vol te kunnen houden. Ik ben een keer met een vriend naar Lowlands geweest. Ik dacht dat ik dat leuk zou vinden, maar ik vond het vreselijk. De tentjes stonden veel te dicht op elkaar, er waren lange rijen voor de wc’s in de ochtend terwijl ik heel nodig moest. Om die rijen te vermijden ging ik de volgende ochtend dus al om zeven uur naar de wc. Maar ’s avonds moest ik vroeg naar bed omdat ik moe was, terwijl dan voor de anderen het grote feesten ongeveer begon. Ik weet nu dat drukte gewoon helemaal niks voor mij is.”
Muziek vindt hij gelukkig nog steeds wel leuk. Hij houdt er ook op dit gebied vooral van om dingen tot op de bodem uit te pluizen. De researcher in hem is nog volop aanwezig. De klassieke oorsprong zoeken van popliedjes bijvoorbeeld. Hij stuurt me linkjes van bands, van films. Allemaal interessante tips.   
Ymert: ”Jarenlang heb ik niet kunnen begrijpen waarom vriendinnen steeds de relatie verbraken. Ik begrijp nu dat het in een relatie niet op prijs gesteld wordt dat je dan ook nog steeds het liefst alleen op pad gaat, ook op vakantie. Wat mij opvalt is dat de vrienden die ik nu heb ook alleenstaand en kinderloos zijn. We ontmoeten elkaar vooral online.” 
Ik vraag naar zijn opvallende baard. Hij vertelt dat hij die heeft laten staan nadat zijn vader overleed afgelopen augustus. Tijdens Corona is Ymert bij zijn vader ingetrokken om elkaar te kunnen helpen mocht een van tweeën ziek worden. Hij heeft anderhalf jaar bij zijn vader gewoond. Ze gingen er graag op uit met de camper. Hij stuurt me een paar mooie foto’s van hun uitstapjes. 
Fotograferen is zijn grote passie. Hij is er overigens van overtuigd dat hij zijn gevoel voor vormgeving en fotografie juist te danken heeft aan zijn autisme. Net als zijn oog voor detail.
Hij vertelt over zijn passie: “Ik zoek het liefst de plekken op waar ik al eerder een mooie foto maakte. Ik probeer die foto dan nog beter te maken. We hadden nog veel plannen, mijn vader en ik. We zouden naar Normandië. Maar dat is er niet van gekomen. Mijn vader is tweeënegentig geworden. Ik was er bij toen hij stierf.”
Ymert bewaart goede herinneringen aan hun reisjes: “We stonden met de camper vaak in de buurt van water. Nog zo’n ASSue van mij is dat ik graag stenen in het water gooi. Het moet wel op zo’n manier dat ze de perfecte “plons” maken. Dan pas kan ik verder. Ik heb sowieso de neiging de dingen altijd op dezelfde manier te willen doen. Ik probeer dat op dit moment te doorbreken door elke dag iets te doen wat ik anders nooit doe. Het kan zijn dat ik bijvoorbeeld net even via een andere route naar huis loop dan normaal. Het hoeft niet iets groots te zijn.”
We trekken samen de conclusie dat hij met ons gesprek voor vandaag wat deze opdracht betreft wel goed zit. 

Hanneke Kappen