Bericht navigatie

Column

Dungeons & Dragons

Wat is er toch zo leuk aan Dungeons & Dragons? En, wat is de reden dat het spel op alle Scauting locaties gespeeld wordt? Bestaat er een speciale connectie tussen D&D en autisme? 
Eerst maar eens snappen wat het is, en hoe het ongeveer werkt. 
Aha, het is een spel dat in de jaren 70 bedacht is, dus vèr voor de spelcomputer zijn intrede deed. Het wordt momenteel wereldwijd gespeeld door ruim 20 miljoen mensen. Het is een rollenspel. Je speelt het in groepjes van 3 tot 6 personen. Iedere speler heeft een set bijzondere dobbelstenen bij zich, waaronder een 20-zijdige. Er is altijd sprake van een spelleider, de Dungeon Master (DM). De DM bepaalt de locatie waar het verhaal zich gaat afspelen, het plot én de gevaren die onderweg kunnen opduiken. De anderen zijn de spelers. Ze spelen het spel niet als zichzelf, maar als een zelfgekozen personage. Dungeons and Dragons is geen bordspel, geen computergame. Het belangrijkste dat je er voor nodig hebt is verbeeldingskracht.  
Ik bel voor meer informatie met Yorick, een bevriende filosoof uit Groningen. Ik weet dat hij het spel al jarenlang speelt. En nee, hij heeft geen autisme. 
Wat hij zo leuk vindt aan D&D? Yorick: “De creativiteit, de fantasie, het theatrale. Eén keer per week ben je compleet iemand anders. Je bepaalt zelf wie je wilt zijn en welke talenten, mogelijkheden en eigenschappen bij jouw personage horen. Hij of zij kan op jou lijken, of juist helemaal niet. Alles is mogelijk. Het is een heel sociaal spel, met veel interactie. Het gaat niet om winnen of verliezen, maar om het samen creëren en beleven van een verhaal. Soms speel je één verhaal per sessie. Maar vaak ontstaat er een vervolgverhaal, een zogenaamde campaign. Wij hebben met ons clubje onlangs een verhaal afgerond dat zes en een half jaar heeft geduurd!”  
Ik mag komen kijken bij de D&D club van Scauting in Assen. Vier jonge mensen spelen daar iedere vrijdagmiddag van 13.00 tot 15.30 uur het spel. 
Thomas de Vries is de Dungeon Master. Alex speelt dr. Tickle de Tweede, een Halfling Cleric (een soort van geestelijke).  A. is Ellip’se, een Kobold Warlock (een heksachtige).  En Siebault speelt Theoryn, een Moon-Elf Wizard (een tovenaar). 
Duizelt het u al? Wacht maar, het wordt nog erger.
Middenin een grote ruimte staan 4 tafels bij elkaar, keurig gescheiden door spatschermen. DM Thomas is zijn tafel aan het voorbereiden: dobbelstenen, papieren met karakterbeschrijvingen, boeken en een laptop vol aanwijzingen en spelregels, een klein plattegrondje met speelfiguurtjes. De andere drie komen stilzwijgend binnen en gaan zitten. A. legt haar mobiel op tafel en haar dobbelstenen. Alex heeft ook een spelregelboek en papieren bij zich, waaronder een character sheet met daarop de eigenschappen van zijn personage dr. Tickle.  Siebault heeft vooral heel veel kleurige dobbelstenen op tafel liggen. Zeker 50. Als ik hem vraag waarom hij er zoveel heeft, zegt hij dat hij ze verzamelt. Omdat hij ze zo mooi vindt.
Dan begint het spel. De voertaal verandert op slag in een wonderlijke mengelmoes van Nederlands en Engels. De spelers blijken zich op een eiland te bevinden dat bevolkt wordt door ratten en griezelige insecten. De DM houdt iedereen op de hoogte van wat komen gaat: “Je hoort in de verte het gekrioel van insecten, je kunt ze nog niet zien.” De spelers moeten samen heelhuids uit allerlei benarde situatie zien te komen. De dobbelstenen vliegen over de tafel, er wordt geteld en gerekend. Het getal dat je gooit bepaalt welke acties mogelijk zijn. De gekste dingen gebeuren onderweg. Er wordt met vuurballen gegooid, getoverd, gif verandert in water, of andersom, wonderbaarlijke genezingen vinden plaats, iedereen vliegt soms met gemak meters hoog de lucht in, humanoid creatures verschijnen, reusachtige duizendpoten. Er wordt overlegd, gelachen, gegruweld. Gejuicht door Siebold, met de armen in de lucht: ”Ik leef nog!”. En in stilte geleden door A. Geen wonder, haar karakter Ellip’se is zojuist beroofd van al haar hersenen. 
Ik raak ondertussen steeds meer onder de indruk van de leidinggevende capaciteiten van DM Thomas. Hij bepaalt de spelsituatie, geeft informatie, bevraagt de spelers, toont zich betrokken bij hun lot, bemiddelt, geeft suggesties, hanteert de regels, zorgt voor verrassingen. Hij doet dat op een bijzonder prettige manier. Hij houdt zich ook nog eens precies aan de tijd. Half 4 is het klaar. 
Mijn onderzoeksvraag of er een speciale connectie bestaat tussen dit spel en autisme, ben ik inmiddels compleet vergeten. Thomas blijkt D&D om precies dezelfde redenen geweldig te vinden als Yorick: de fantasie, de creativiteit, de samenwerking, de ontmoeting. Ook hier in Assen is iedereen tijdens het spel precies wie hij/zij wil zijn. En worden alle avonturen week in week uit samen beleefd. Ook hier is in de zelfgecreëerde fantasiewereld werkelijk alles mogelijk. 
Tja, dat zal ook voor mensen met autisme zo af en toe een verademing zijn.  

Zou er ook een  D&D divisie voor oude meisjes bestaan, of kan ik gewoon aansluiten bij een bestaand clubje?

Hanneke Kappen